|
Binnen
een begeleiding op haptonomische basis gaan we terug naar de basis,
naar datgene wat het kind als eerste ooit heeft ontwikkeld: het
voelen. Belangrijk is dat het kind zich veilig voelt waardoor zijn
zelfgevoel kan groeien. Van hieruit kan het kind verbinding aangaan
met wat voor hem/haar goed voelt, waardoor het zich ook beter kan
verbinden met zijn ouders en hen kan laten delen in zijn probleem.
Er
is aandacht voor zowel ouder als kind. Afhankelijk van de problematiek
en de leeftijd van het kind kan het zinvol zijn het kind soms alleen
en soms juist in aanwezigheid van vader en/of moeder te begeleiden.
Ook specifieke begeleiding van de ouders kan tot de mogelijkheden
behoren. In overleg komen we tot een keuze voor het een en/of het
ander.
Enkele
voorbeelden van begeleidingsvragen en hoe de aanpak van een probleem
kan verschuiven van kind richting ouder:
Luuk
(8 jaar) is een jongen die erg kwetsbaar en onzeker is en nogal
eens gepest wordt op school. Tijdens de begeleiding wordt duidelijk
dat Luuk een kind is met een grote behoefte aan lichamelijk contact.
Naast dat hij graag stoeit met zijn vader, vindt hij het ook fijn
om af en toe even weg te mogen kruipen bij zijn vader.
Zijn vader (Nico) houdt lichamelijk contact met zijn zoon wat af.
Het lijkt of vader zich geneert, hij heeft zelf nooit op deze wijze
contact ervaren met zijn vader, dus het is voor hem niet vertrouwd
en niet normaal dat Luuk daar wel behoefte aan lijkt te hebben.
Het verleden van Nico en zijn ideeën over wat wel en niet hoort,
staan Nico in de weg om te kunnen voelen wat zijn zoon nodig heeft
om veiligheid en waardering te voelen. Doordat Nico leert beter
contact te maken met zijn eigen gevoelens, kan hij Luuk meer geven
waar hij eigenlijk om vraagt. Dit heeft een positieve invloed op
het zelfvertrouwen van Luuk en op het contact tussen vader en zoon.
|
Joost
een jongen van 10, is sinds enkele maanden voortdurend bang: bang
voor het donker, bang om naar school te gaan, bang om te logeren,
bang om alleen in bed te liggen
. Hij slaapt slecht, eet slecht
en zit niet lekker in zijn vel, zonder duidelijk aanwijsbare reden.
Op het moment dat we er achter komen dat de angst van Joost te maken
heeft met het feit dat de opa van Joost overleden is toen de moeder
van Joost net zo oud was als Joost nu is, wordt een en ander inzichtelijk:
met haar verháál heeft moeder ook haar ángst
op Joost overgebracht. Ergens heeft Joost opgeslagen: dit kan mij
dus ook overkomen, ik kan mijn vader ook verliezen, ik wil dus altijd
bij mijn ouders zijn
In dit voorbeeld bleek het belangrijk
dat moeder zelf met haar angst aan de slag ging, waardoor ze Joost
meer ruimte kon geven om weer meer onbezorgd kind te mogen zijn.
Linda,
moeder van Sanne: Onze Sanne (9 jaar) is altijd boos, vooral
op mij. Ik kan het nooit goed doen bij haar. Ze zit niet lekker
in haar vel. Ik weet niet wat ik daarmee moet.
In de loop van de tijd kon ik gaan zien dat Sanne eigenlijk heel
gezond reageert, maar dat vooral ik (Linda, moeder van Sanne) moeite
heb met de boosheid van Sanne. Bij mij thuis werd vroeger nooit
ruzie gemaakt, alles werd altijd met de mantel der liefde bedekt.
Voor mij is boosheid in de loop der tijd taboe geworden. Door de
ouderbegeleiding werd ik mij daarvan bewust, daardoor ging ik anders
naar Sanne en ook naar mezelf kijken.
Ik heb ervaren dat het helemaal niet zo erg is als Sanne boos is,
ik maakte er zelf iets ergs van en dacht dan meteen dat ik faalde
als moeder. Het mooie is dat, nu ik er anders naar kijk, het lijkt
of Sanne het ook minder nodig heeft om boos te zijn.
Heb
je vragen of belangstelling? In een (vrijblijvend) gesprek bekijken
we of deze vorm van begeleiden past. De begeleiding omvat minimaal
5 bijeenkomsten, daarna vindt er met regelmaat een evaluatie plaats.
|